Deadlines zijn mijn drug


‘Deadlines zijn mijn drug’

Je droomt van een job in de sport. Maar het is niet eenvoudig om die job te vinden. In een reeks van interviews praat SPORT.Blog daarom met mensen die werken in de sport. Samen met Sportcareers vragen we naar hun #SportStory. Sammy Neyrinck is journalist bij de VRT en maakte voor Vive le vélo al bijna 200 reportages. ‘Mijn vader was 20 jaar lang mijn coach.

Zijn televisiedebuut maakte hij in de Champions League. Zo’n 20 jaar geleden. Hij weet nog dat Bayern München speelde en dat Ivan Sonck zijn verslag inlas. Meer herinnert hij zich niet. Ik zocht het dan maar op: dinsdag 4 april 2000, de heenwedstrijd van de kwartfinale. De Duitsers speelden gelijk op bezoek bij Porto: 1-1.

Bayern zou dat jaar uitgeschakeld worden in de halve finales van de Champions League door de latere eindwinnaar Real Madrid. Twee dagen ervoor, op een heilige zondag, won Andrei Tchmil de Ronde van Vlaanderen. Die dag was eigenlijk de eerste officiële werkdag van Sammy op de VRT. En elk jaar wanneer het startschot weerklinkt, denkt hij opnieuw aan zijn persoonlijke start als sportjournalist.

Kuifje uit West-Vlaanderen

De voorbije 20 jaar verfijnde hij de kunst om bijzondere verhalen uit de sport op ons scherm te brengen. Zoals het vakmanschap van een schoenmaker die een schoen lapt tot in de perfectie, zo kneedt hij als televisiemaker vakkundig verhalen. Een West-Vlaamse stielman uit Marke die de wereld rondtrekt. Kuifje uit West-Vlaanderen met een cameraploeg als trouwe metgezellen. Soms zit hij achter de radiomicrofoon voor een midweekse volleybalwedstrijd of een Grote Prijs in de Formule 1. Of hij bereikt een miljoenenpubliek op warme zomeravonden met zijn reportages in Vive le Vélo. Wanneer Karl Vannieuwkerke Sammy aankondigt, schuift televisiekijkend Vlaanderen toch ietsje meer naar het puntje van hun zetel. Want ze weten: nu komt er iets speciaals.

Tijdens ons gesprek komt één persoon vaak ter sprake: zijn vader. De hashtag #MijnVaderMijnHeldMijnAlles die hij op Instagram en Twitter deelt, is een eerbetoon aan zijn overleden vader, Willy Neyrinck. Alsof hij over onze schouders goedkeurend meeluistert.

Via zijn vader leerde hij sport kennen. ‘Hij was veel met sport bezig, volleybalde zelf en nam mij overal mee. Geen wonder dus dat ik zelf begon te volleyballen. Voetballen deed ik ook, net zoals iedereen. Maar één sport mocht ik absoluut niet doen: wielrennen. Het was toen de jaren ‘80 en ‘90. Het wielrennen stond bol van de dopingaffaires. Uiteindelijk koos ik definitief voor volleybal, zoals de familietraditie het voorspelde, en speelde meer dan 30 jaar competitie. Vaak moeilijk combineerbaar met mijn werk voor televisie. Trainers en spelers begrepen gelukkig mijn situatie. Die zagen door de vingers wanneer ik enkel het laatste uur van de training kon meedoen.’

Film, muziek en radio. De media trok hem aan. Studio Brussel was (en is) een droom. Als 18-jarige kiest hij voor de studierichting journalistiek in Kortrijk. De laatste tien jaar is hij er ook gastdocent. ‘Ik herinner mij dat mijn leraar in het zesde leerjaar mij vertelde: jij wordt later journalist. Voor een spreekbeurt zat ik dan bijvoorbeeld vooraan de klas om als nieuwslezer het nieuws voor te lezen. Podiumvrees had ik nooit, gezonde stress wel natuurlijk. Wie werkt in de media moet een beetje een ego hebben. Dat is nu eenmaal zo.’

Wie werkt in de media moet een beetje een ego hebben. Dat is nu eenmaal zo.

Als cinefiel verslindt hij films en documentaires en regelmatig pikt hij een concert mee. Vandaag brengt zijn job deze interesses samen. Een tip die hij meegeeft aan zijn studenten is om tijdens je studies al aan journalistiek te doen. Probeer overal iets uit te leren. Zelf werkte hij voor regionale redacties en de vrije radio tijdens zijn studies. Artikels die hij schreef voor redacties diende hij in als taken. Een win-winsituatie.

Op het einde van de jaren negentig werkt Sammy als freelancer bij een regionale sportredactie die geleid wordt door Stefaan Lammens. ‘Stefaan was toen een losse medewerker bij de VRT. Ik studeerde af in 1998 en ik was sindsdien op zoek naar een vaste job. Toen Stefaan vaste medewerker werd aan de Reyerslaan in Brussel, polste ik via hem of er nog vacatures waren bij de VRT. In de zomer van 1999 mailde ik naar Marc Vanlombeek zaliger. Acht maanden later antwoordde hij en kreeg ik mijn eerste opdracht: een Champions League wedstrijd van Bayern München. Een leuke anekdote is dat ik in het kader van mijn studies stage deed bij WTV, een regionale televisiezender in het zuiden van West-Vlaanderen . Ze waren heel tevreden en ‘gingen mij nog eens bellen’. Maar ik bleef wachten op hun telefoontje. Toen mailde de VRT mij terug en was de keuze snel gemaakt. Achteraf hoorde ik dat ze bij WTV spijt hadden dat ze mij niet eerder hadden opgebeld (lacht).’

Sammy hopte van job naar job totdat hij dus bij de VRT landt. Daar beslissen ze eind 2000 om een groot aantal losse medewerkers een vast contract te geven. Hij is een van de gelukkigen. Maar het is een toegangsticket dat hij niet op een presenteerblaadje kreeg. ‘Ik was 23 jaar en ik had al een beetje montage-ervaring dankzij mijn stage. Een voordeel dus. Maar daarna had ik ellebogenwerk en een gezonde portie assertiviteit nodig om stand te houden als brave, hardwerkende West-Vlaming op een grote redactie in Brussel. Ze smijten je voor de leeuwen. Op basis van een natuurlijke selectie overleven de sterksten. Het is vooral een kwestie van je geluk af te dwingen.’

Nooit goed genoeg

Zijn jongensdroom gaat in vervulling. De snotneus uit het zesde leerjaar treedt in de voetsporen van iconen zoals Rik De Saedeleer, Carl Huybrechts, Frank Raes en Marc Uytterhoeven. Twintig jaar later heeft hij meer dan 180-Tour reportages op zijn teller. Daarbij gebruikte hij nooit dezelfde muziek twee keer en elk beeld is eigen beeldmateriaal. Geen bandwerk dus maar journalistiek met oog voor detail, op ambachtelijke wijze.

Televisie maken, leerde hij door het gewoon te doen. Met één gouden regel: respecteer altijd jouw onderwerp en zeker ook de deadline. Hij noemt deadlines dan ook de drugs van elke journalist. Heeft hij twee uur om aan een reportage te werken dan werkt hij er exact twee uur aan. Soms tot ergernis van zijn collega’s. Nooit is het goed genoeg, volgende keer kan het altijd beter. De lat moet hoog liggen. Altijd en overal.

Ik wil weten hoe hij, naast alle lofzangen, concrete feedback krijgt op zijn werk. ‘Mijn vader was 20 jaar lang mijn coach. Zijn feedback en begeleiding mis ik heel hard. Met mijn gezin praat ik zelden over mijn werk maar mijn vader was wel mijn klankbord. Af en toe krijg ik tips van collega’s. Maar de ongeschreven regel luidt: als het extreem goed is, dan zal je het horen. Als het extreem slecht is ook. Alles ertussen passeert. Wij, journalisten, geven eigenlijk weinig feedback aan elkaar. Vanaf 2008 nam Dirk Abrams mij wel onder zijn vleugels. Gedurende enkele jaren gaf hij mij vaak een duwtje in de juiste richting. Onder andere aan hem hem heb ik veel gehad. Maar op een bepaald moment laten ze je los. Je krijgt vertrouwen en je probeert dat niet te beschadigen. Vandaag krijg ik regelmatig wel eens carte blanche maar dat dwong ik af. En vaak is het ook zo dat de mensen met wie ik op pad ga, een bepaald niveau verwachten.’

Maar de ongeschreven regel luidt: als het extreem goed is, dan zal je het horen. Als het extreem slecht is, ook. Alles ertussen passeert.

Hij is een spelverdeler die zinspeelt op toeval. De assistenkoning met een subtiele toets die zijn hoofdrolspelers laat scoren. Als kijker verwacht je het onverwachte. Kondigen ze zijn reportage aan dan houd je even je adem in. Zoals bij een beslissende penalty die binnen moet. Na al die jaren is er een hoog verwachtingspatroon. Veel hangt dus af van welk verhaal hij brengt. ‘Uiteraard overleggen we alles met eindredacteuren. Het is een belangrijke wisselwerking. Meestal laten ze mij wel doen en rekenen ze er op dat ik met iets goed terugkom. Criteria om te bepalen of een verhaal zal scoren, heb ik niet. Ik kijk rond en sta open voor alles. Ik vind dat iedereen wel iets heeft meegemaakt dat hij al dan niet wil delen. Ik sta ook ‘altijd aan’ want 24 op 7 ben ik daar mee bezig. Ik noteer veel. Vroeger bewaarde ik alles in een grote vierkante bak, tegenwoordig is dat een smal, plat rechthoekig ding in mijn broekzak geworden. Een pak makkelijker (lacht).’

En er is nog een belangrijke regel: familiefeesten zijn heilig. Voor sommigen zijn het verplichte nummertjes maar Sammy is zo vaak hij kan aanwezig. Zijn gezin is zijn hoeksteen. Niet eenvoudig als je weet dat een weekenddag voor hem hetzelfde is als een weekdag. Maar de thuisagenda is afgestemd op zijn werkagenda. In de zomer heeft hij twee weken vakantie met zijn gezin. Niet meer. Op andere momenten in het jaar compenseren ze dit. Maar hij geeft grif toe dat het niet eenvoudig is om die balans te bewaren. En beseft dat dankzij het begrip van zijn familie en vrienden, hij de kansen kan grijpen die zich aandienen.

De sportkalender bepaalt nu eenmaal zijn ritme. Het biedt ook ankerpunten wanneer hij terugblikt. Zoals de geboorte van zijn twee kinderen. Dat was middenin sportzomers tijdens de Olympische Spelen van Peking in 2008 en tijdens het WK in Zuid-Afrika in 2010. Hoe kon het ook anders.

Werken bij de VRT

Wie voor de VRT werkt, kan niet om de actualiteit heen. Besparingen en de saga rond Paul Lembrechts domineren de media. ‘Het klopt dat het onzekere tijden zijn. Budgetten staan onder druk, net zoals de relatie met de Vlaamse Regering. Maar het biedt natuurlijk ook voordelen om bij de VRT te werken. Je hebt werkzekerheid. De Sporza microfoon opent ook deuren. Niet alleen in België. Hoewel we op een WK voetbal of in de F1 uiteraard minder bekend zijn. Dan denken ze vaak dat we Italianen zijn omwille van onze naam: Sporza. Maar de VRT staat voor kwaliteit. Daar waken wij ook elk individueel over. Als wij op onze persoonlijke sociale media kanalen iets delen, is dat ook deels in naam van de VRT. Daar moet je je van bewust zijn.’

De Sporza microfoon opent deuren. Niet alleen in België.

In tijden van TikTok is televisie niet echt hip. Jonge mensen kijken minder televisie. Maar er is wel zoiets als vergrijzing. Hoewel zijn publiek vaak ouder is dan 50 jaar, merkt hij dat ook jonge kijkers hun weg vinden naar zijn reportages. En het doet hem plezier dat ook zij vaak fan zijn.

Maar de besparingen snijden de laatste jaren als een mes in mediabudgetten. Het scherpt de creativiteit aan. Reportages in het buitenland zijn zeldzamer geworden. Dé maatstaf blijven de uitzendrechten. Die bepalen of je belangrijke momenten kan meemaken. Sammy neemt de F1 als voorbeeld. De live uitzendingen zitten achter de betaalmuur van Play Sports. Voor Sporza maakt hij wel de samenvatting op de wedstrijddagen. Voorlopig zit de VRT redelijk gebeiteld dankzij het Mediadecreet. Dit bepaalt dat bepaalde sportevenementen zoals thuiswedstrijden van de Rode Duivels, Ronde van Vlaanderen, F1 Grote Prijs van België… door een open net worden uitgezonden. Nu nog.

Wat als… de VRT dergelijke uitzendrechten niet langer in zijn bezit heeft? ‘Toen de VRT de rechten niet meer had voor de F1, miste ik het om commentaar te geven. Ik heb collega’s die voor een deel de uitzendrechten volgen: Filip Joos, Michel Wuyts, Karl Vannieuwkerke… Ze blijven wel vaak met een stevige voet binnen bij de VRT. Anderen stappen definitief over naar een andere zender zoals Tom Coninx of Robin Janssens. Zelf werk ik fulltime voor de VRT. En soms maak ik documentaires die geleverd worden aan de VRT. Ik sluit niet uit dat ik zoals mijn collega’s Ruben Van Gucht of Maarten Vangramberen ooit samenwerk met een productiehuis. Maar voorlopig zit ik goed. Misschien blijf ik hier wel voor de rest van mijn leven. Ach, we zien wel.’

Televisie maken is teamsport. Hij erkent dat hij terugvalt op zijn collega’s om zijn werk te doen. ‘Ik ben altijd afhankelijk van mijn team: mijn cameraman en klankman. Jammer genoeg moeten we ook daar vaak op besparen. De klankman wordt vaak ook de monteur. Soms wordt dit zelf gecombineerd door één persoon. En ik vrees dat ik voor ik op pensioen ga, mijn reportages misschien helemaal alleen zal moeten maken.’

Wereldkampioen Klaverjassen

Een tiental avonden per jaar is Sammy op de baan voor presentatieopdrachten. Hij is ook gastdocent in bijberoep en schreef al twee boeken: eentje over Jacky Ickx en een boek met de titel ‘Chicane’ over de rijke F1-geschiedenis van België. Tijdens opzoekwerk merkte hij dat, in tegenstelling tot in onze buurlanden, er geen dergelijk boek was. Dus hij schreef het dan maar zelf. Een zijsprong die naar meer smaakte maar hij beseft dat de boekensector, die leeft van bestsellers, geen eenvoudige niche is.

Zijn er na 20 jaar televisie maken momenten die hem bijblijven? ‘Na het WK in Zuid-Afrika in 2010 belde Karl Vannieuwkerke mij op. Het was een WK zonder Belgen dus ik had er vrij spel. Karl zei mij dat hetgeen ik in Zuid-Afrika had gedaan het beste werk was van een sportreporter in Vlaanderen de voorbije 20 jaar. Een compliment waar ik heel trots op ben. Een reportage die ik er maakte, haal ik ook vaak in mijn lessen aan als voorbeeld. Zo bescheiden ben ik dan ook wel (lacht). Alles klopte toen qua beeld, interviews, sfeer… De puzzel paste. Aan de vooravond van de WK-finale was er een persconferentie in Soccer City, het stadion in Johannesburg. Ik mocht twee vragen stellen aan Bert van Marwijk, de toenmalige bondscoach van Nederland. Ik vroeg hem naar zijn bijnaam uit de periode dat hij in België voetbalde. Die was ‘het Hollanderke’. Wilfried Van Moer had dit ooit gezegd. Maar met mijn tweede vraag scoorde ik pas echt. Ik vroeg hem hoe het voelde om nog eens wereldkampioen te kunnen worden? Alleen van Marwijk en zijn perschef Kees Jansma snapten mijn vraag. Van Marwijk was namelijk ooit met zijn vader wereldkampioen in het kaartspel Klaverjassen geworden. Ik had dit eens gezien in Holland Sport en genoteerd. Na de persconferentie moest ik eerst zelf in verschillende talen uitleg geven aan heel wat andere buitenlandse collega-journalisten die mij om meer uitleg kwamen vragen en daarna ging ik kijken naar de laatste training van Oranje in het immense stadion. Daar zat toevallig de cabaretier Theo Maassen in de tribune. De spelers werkten af op doel maar het liep niet lekker. Ik interviewde Theo en zei: ‘Ze scoren niet, ze scoren niet…’. Hij antwoordde gevat: ‘Je weet wat ze zeggen... Een slechte generale is een goede finale…’. Nu wist ik ook dat Theo ooit de Uefa Cup beker van PSV had gestolen en laconiek tevoorschijn had gehaald tijdens een televisieuitzending. Dus ik zei hem: ‘En als jullie de beker niet winnen dan…’ Alles in de reportage viel mooi in mekaar.  Enkele keren per jaar wil ik zo’n gevoel meemaken. Ik zoek die speciale momenten bewust op. Iets kunnen maken wat mij nooit meer zal lukken, daarvoor doe ik het.’

Iets kunnen maken wat mij nooit meer zal lukken, daarvoor doe ik het.

20 jaar in het vak

In de loop der jaren werd hij bijna geruisloos een schermgezicht als reporter in beeld. Zonder te forceren. Het viel in de smaak dus bleef hij het doen. Op die manier probeert hij meer persoonlijkheid in zijn werk te brengen. We leven nu eenmaal in een beeldcultuur. Maar een BV is hij niet en dat is ook wel een bewuste keuze.

Er is ook een keerzijde wanneer je als journalist in beeld komt. Toen Ivan Leko in 2018 werd gearresteerd in de witwaszaak in het Belgische voetbal moest Sammy heel snel live verslag uitbrengen voor Radio 1 aan het Jan Breydelstadion. Daar versprak hij zich. Zonder slechte bedoelingen maar het kwaad was geschied. In een mum van tijd was hij kop van jut op de sociale media. De reacties van de Club Brugge fans waren hard. Gelukkig was dit voor hem eenmalig. Zijn collega’s krijgen het soms harder te verduren, beseft hij.

Na al die jaren is Sammy Neyrinck een merk. En er zijn zeker veel jonge journalisten die met bewondering naar zijn werk kijken. Heeft hij zelf eigenlijk een voorbeeld? ‘Niet echt meer. Vroeger waren dat misschien nog Mart Smeets of Tom Egbergs maar Jimmy Fallon met The Tonight Show, daar ben ik wel fan van. Een leeftijdsgenoot die voor een miljoenenpubliek… gebakken lucht maakt (lacht). Het is entertainment op zijn Amerikaans: amusant, spelletjes, muziek, film… Heel vluchtig en verteerbaar. Ik probeer elke aflevering te zien. Eens een dagje in de huid van Jimmy Fallon kruipen, dat wil ik wel doen ja.’

Eens een dagje in de huid van Jimmy Fallon kruipen, dat wil ik wel doen ja.

Wil je rijk worden dan is de sportsector vaak niet de juiste. Sammy vindt ook dat hij en zijn collega’s eigenlijk te weinig betaald worden. Zeker in vergelijking met buitenlandse collega’s. Hoewel dat vaak commerciële zenders zijn natuurlijk. Misschien is hij soms ook te braaf geweest op dat vlak, geeft hij toe.

43 jaar is hij nu, 20 jaar zit hij in het vak. Hij moet nog een tijdje aan de bak. Een carrièreplan heeft hij niet. Daarvoor hangt er teveel af van beslissingen van andere mensen. En het is maar de vraag hoe de media zullen blijven veranderen. Hij werkt in een sector die aan een rotvaart voorbij dendert. Een goede stielman kunnen ze gelukkig overal gebruiken.

Want net zoals zijn vader homevideo’s maakte van familiefeesten of van verre reizen en er altijd gepaste muziek bij zocht tot het plaatje perfect klopte, zo schaaft zijn zoon Sammy nog elke dag hun vakmanschap bij. Tot de puzzel past. En altijd binnen de deadline.

Pieterjan Blondeel

ID-kit:

  • Leeftijd: 43 jaar
  • Studies: Journalistiek aan Howest in Kortrijk
  • Sporten: Volleybal, wielrennen en skiën
  • Job: Journalist bij de VRT
  • Quote: ‘Doe maar (gewoon), dat is al moeilijk genoeg.’
  • LinkedIn profiel: geen

 



Plaats een reactie

Reageer op dit artikel

Wordt niet weergegeven op de website.