‘38.000 inwoners doen sporten, da’s mijn job’

Je droomt van een job in de sport. Maar het is niet eenvoudig om die job te vinden. In een reeks van interviews praat SPORT.Blog daarom met mensen die werken in de sport. Samen met Sportcareers vragen we naar hun #SportStory. Katrijn Titeca is Diensthoofd Sport in Waregem en lid van de Raad van Bestuur van ISB. ‘Als je hart écht bij de sport ligt dan heb je een sportopleiding gevolgd.’

Aan de inkom van het zwembad vraag ik naar de kantoren van de sportdienst. Die vind ik voorbij de cafetaria van het zwembad, aan het einde van de gang op de rechterkant, vertelt de vriendelijke dame aan het loket.

Onderweg passeer ik een groepje jongens die onhandig een volleybalnet opzetten en enkele stoere meisjes die grote basketballen uit een massief houten mand plukken. Gejoel weerklinkt uit enkele kleedkamers. Ik meen te horen dat iemand morgen een examen Frans heeft en ‘er nog moet aan beginnen’. Op slag ben ik zelf terug veertien jaar.

Interview nummer vijf vindt plaats in de stedelijke sporthal van Waregem en ik heb een afspraak met Katrijn Titeca, Diensthoofd Sport. Haar taak? 38.000 mensen doen sporten. In het bedrijfsleven heet dat een KPI, voor Katrijn is het een beleidsdoelstelling.

Na vier mensen uit de privésector wilde ik absoluut een andere kant van de sportsector belichten. Gemeentelijk sportbeheer klinkt misschien minder sexy dan Adidas, RSC Anderlecht of Energy Lab, de uitdaging is des te groter. Alle vorige geïnterviewden waren het eens dat sport een niet te onderschatten belang in de maatschappij heeft maar bij gemeenten en steden speelt nog een ander, héél belangrijk, aspect: sport voor iedereen.

Dan toch geen turnleerkracht

Katrijn verloor zelf ook haar hart aan de sport. ‘Ik heb altijd veel gesport en doe vandaag ook nog veel aan sport. Als kind sloot ik mij aan bij de lokale turnclub maar ook andere sporten spraken mij aan. Het aanbod van teamsporten was toen nog niet zo uitgebreid als vandaag en vervoer naar de club was ook niet evident. Vandaag doe ik triatlon en focus ik mij op halve triatlons. Altijd zeg ik dat het mijn laatste is maar die van volgend jaar is toch opnieuw gepland (lacht).’

Sport bepaalde al heel snel haar leven. Dat besefte ze al heel jong. Al in het eerste leerjaar had ze haar antwoord klaar op de vraag wat ze later wilde worden: turnleerkracht.

In het middelbaar koos ze voor Sportwetenschappen in Eeklo en kwam ze met verschillende sporten in aanraking. Zo begonnen ze te volleyballen. Eigenlijk te laat om de goede techniek volledig in de vingers te krijgen, zegt ze, maar dat maakt haar dochter die ook volleybalt ruimschoots goed voegt ze er aan toe.

Na haar middelbare studies kwam Katrijn op haar antwoord terug. Turnleerkracht was misschien toch niet haar droom. Een job in de sportwereld bleef wél de ambitie. ‘Op mijn 18e was het een logische keuze om Master Lichamelijke Opvoeding te studeren. Hoewel ik toen al wist dat ik geen leerkracht LO wilde worden. Mijn voorkeur ging uit naar een managementfunctie in de sport. Maar echt duidelijk waren die plannen nog niet.’

Katrijn komt tijdens haar stage voor de eerste keer in aanraking met de publieke sportsector: gedurende enkele maanden gaat ze aan de slag bij de de Bond voor Lichamelijke Opvoeding. Ze organiseert er onder meer de jaarlijkse sportdag voor leerkrachten. Ondanks de positieve ervaring besluit ze niet in te gaan op de vraag om er te starten in haar eerste job. 

Mijn voorkeur ging uit naar een managementfunctie in de sport. Maar echt duidelijk waren die plannen nog niet.

In lijn met haar ambitie om een managementfunctie in de sportsector op te nemen, start ze aan een extra jaartje Bedrijfseconomie. Wetende dat een job in de sportsector niet altijd voor het grijpen lag, vraag ik haar of ze niet vreesde een gouden kans te laten liggen? ‘Niet echt eigenlijk. Veel medestudenten volgden dat extra jaartje in Leuven. Ik had ook het geluk dat in diezelfde periode de sportfederaties verplicht werden om iemand met een masterdiploma aan te nemen. Binnen kleine federaties was dit vaak nog niet het geval dus er boden zich wel kansen aan. Wanneer ik in het jaar 2000 afstudeerde had ik snel een job bij Activia, de wandel - en joggingfederatie.’

Niet al haar studiegenoten vonden echter een job in de sport. Sommigen kwamen terecht in de medische sector en werken er vandaag nog steeds. Anderen vonden een job als leerkracht LO maar dat was niet evident. Vaak moest je van school naar school verhuizen totdat je een vaste stek vond.

Via Activia naar de Sportdienst

Eenmaal in haar leven heeft Katrijn gesolliciteerd: bij Activia. Meteen werd ze aangenomen. Qua succesratio kan dat tellen, vertel ik haar. ‘Mijn start bij Activia was niet eenvoudig. Toen alle sportfederaties door BLOSO, nu heet dat SportVlaanderen, verplicht werden iemand met een sporttechnische achtergrond aan te nemen om subsidies te ontvangen, bood dat een mooie kans. Anderzijds kwam je soms terecht in een job die eigenlijk nog niet bestond. Bij de Vlaamse Tennisvereniging bijvoorbeeld was die jobinhoud wel duidelijk. Bij Activia heb ik beetje bij beetje mijn weg moeten zoeken. In de vier jaar dat ik er werkte, konden we uiteindelijk enkele mooie projecten starten zoals nordic walking en sportief wandelen. Mijn taak was nieuwe initiatieven te starten en te ondersteunen in de dagdagelijkse werking van de federatie. Toen werkten er een twaalftal medewerkers voor Activia, vandaag zijn er dat ongeveer een twintigtal.’

Ik heb het even opgezocht: in 2019 telde Vlaanderen 73 erkende sportfederaties. Onze Minister van Sport voegde onder meer de Vlaamse Kickboks, Muaythai en Mixed Martial Arts Organisatie toe aan het lijstje. Erkende sportfederaties hebben niet automatisch recht op subsidies. Zo zijn er 48 gesubsidieerde sportfederaties in Vlaanderen waarvan 41 uni- en 7 multisportfederaties. De laatste die werd toegevoegd aan het lijstje was de De Vlaamse Motorrijdersbond van België.

Toen ik de kans kreeg om te starten als Diensthoofd Sport was ik echt wel overdonderd. 26 jaar was ik en plots kreeg ik de leiding over een hoop mensen die er lang werkten.

Na vier jaar bij Activia, wilde Katrijn iets anders. Ze besloot deel te nemen aan het examen voor Diensthoofd Sport in Waregem. Tegen haar eigen verwachting in, kreeg ze de job. ‘Ik wilde graag dichter bij huis werken en was ook op zoek naar een nieuwe uitdaging. Via enkele kennissen in de volleybalclub in Waregem hoorde ik dat je kon deelnemen aan het examen. Toen ik de kans kreeg om te starten als Diensthoofd Sport was ik echt wel overdonderd. 26 jaar was ik en plots kreeg ik de leiding over een hoop mensen die er lang werkten.’

Al snel had ze door dat ze niet té snel te veel mocht veranderen. Want anders bots je op weerstand. Katrijn haar eerste doelstelling was om met de middelen die ze had, het beste resultaat te behalen. Haar dienst zat maar liefst anderhalf jaar zonder diensthoofd voor haar komst. Uitdagingen waren er dus genoeg.

Een team van 40 mensen

Hoe is haar team samengesteld? ‘In 2004 werkten er vijf administratieve medewerkers plus mezelf, nu zijn dat er zeven plus mezelf. Maar daarnaast heb je ook redders, techniekers, collega’s van de groendienst,... Reken maar op een veertigtal mensen die vast in dienst zijn. Daarnaast heb je nog veel freelancers, of hulppersoneel zoals wij hen noemen. Zo zijn er in het weekend twee vaste redders en zijn de overige redders hulppersoneel.’

Je zou kunnen zeggen dat Katrijn als Diensthoofd Sport dus ongeveer veertig mensen aanstuurt. En ook met het hulppersoneel heeft ze een directe lijn dus people management is zeker een van haar belangrijkste taken. Ongeveer 30% van haar tijd is ze hier mee bezig, schat ze. De overige 70% gaat naar beleidsmatige taken en zowel interne als externe communicatie.

De verantwoordelijkheden van de Sportdienst zijn tweeledig. Enerzijds staan ze in voor sportpromotie in de stad en anderzijds beheren ze de sportaccommodaties zoals de sporthal, openluchtvelden, zwembad en voetbalterreinen.

Haar promotiedienst telt drie medewerkers waaronder een hoofdpromoter en twee lesgevers die ook administratief en organisatorisch ondersteunen. Ze organiseren sportevenementen en staan in voor de communicatie. Alledrie hebben ze een bachelor of master LO. Vroeger was dit diploma een vereiste en moest men binnen de eerste zes maanden een diploma sportfunctionaris behalen. Door het nieuwste decreet is dit niet verplicht waardoor je als stad of gemeente in principe iedereen kan aanvaarden. ‘Persoonlijk vind ik dit geen positieve evolutie. Als je hart echt bij de sport ligt dan heb je een sportopleiding gevolgd. De uitzondering bevestigt uiteraard de regel maar de opleidingen bewijzen wel hun nut naar bijvoorbeeld sportlessen. In onze dienst is iedereen ook gebeten door sport en de meesten sporten zelf ook heel actief.’

De opleiding sportfunctionaris is dus niet langer een voorwaarde om tewerkgesteld te worden in een sportdienst maar via SportVlaanderen en de Vlaamse Trainersschool kan je die wel nog volgen. Wie op de sportdienst werkt of deze ambitie heeft, volgt best de opleiding.

Als je hart echt bij de sport ligt dan heb je een sportopleiding gevolgd.

Bij grote privé-evenementen is de sportdienst minder betrokken. Praktische afspraken worden vooral met de andere diensten gemaakt. De focus van de sportdienst is dan ook het organiseren van kleinschalige, dagdagelijkse activiteiten. Grote sportevenementen zijn uiteraard belangrijk voor een stad zoals Dwars door Vlaanderen voor Waregem maar wie ambitie heeft om zelf grote sportevenementen te organiseren, kiest beter niet voor een job bij de sportdienst.

Naast de medewerkers van de promotiedienst werken er nog drie beheerders in het team van Katrijn. Elk hebben ze hun verantwoordelijkheid over de openlucht -, overdekte en zwembadsportinfrastructuur. Het is een technische job waarbij je ondersteund wordt door technisch personeel.

Dosis diplomatie en een mondige burger

Werken binnen een overheidsstructuur is niet altijd eenvoudig, geeft Katrijn toe. Een dosis diplomatie is soms nodig en ook de mondige burger laat zich meer en meer gelden. Ze merkte de voorbije vijftien jaar dat dit een uitdaging is en dat je bepaalde reacties een juiste plaats moet kunnen geven. Via sociale media reageren mensen vaak snel en anoniem. Werken in de publieke sector betekent soms letterlijk dat jouw werk publiekelijk beoordeeld wordt.

Om de zes jaar heeft ze ook een nieuwe baas. ‘Een nieuwe schepen kan veel invloed hebben op onze manier van werken. Alles hangt uiteraard af van het type persoon. Ik denk wel dat ik uiteindelijk de meeste impact voel en een soort van buffer ben voor mijn team. Soms kunnen er namelijk zaken ingrijpend veranderen.’

Stel nu dat een van haar medewerkers ambitie heeft om promotie te maken. Ik vraag mij af hoe die persoon zijn of haar ambitie kan nastreven. Een Diensthoofd Sport in een stad of gemeente staat ten slotte bovenaan in de hiërarchie en wijzigt niet vaak van functie. Katrijn antwoordt heel eerlijk dat wie echt ambitie heeft om ook diensthoofd te worden, best zoekt naar dezelfde functie in een andere stad. Want ook dat is werken bij de overheid: een vaste, hiërarchische structuur waarbinnen het niet eenvoudig is om naar boven te klimmen. Anderzijds kan je weekend - en avondwerk voor een stuk recuperen, iets wat in de privésector in de sport minder evident is.

Wie Waregem zegt, zal vaak de voetbalclub in één adem mee vernoemen. SV Zulte Waregem speelt dan ook in de eerste klasse. ‘Vroeger hadden wij een intensievere samenwerking toen we verantwoordelijk waren voor het beheer van het Regenboogstadion. Ondertussen is dit verder geprofessionaliseerd. Onze missie ‘Sport voor allen’ kaderde niet langer binnen de doelstelling van de voetbalclub. Uiteraard is er een belangrijke rol weggelegd qua city marketing en met de sportdienst zijn wij wel nog betrokken partij op het vlak van de voetbalterreinen. Maar daarnaast zitten zij rechtstreeks samen met de andere stadsdiensten.’

Hun beleidsdoelstelling is heel duidelijk: alle inwoners van Waregem doen sporten. Dat realiseren ze door bestaande sportclubs te ondersteunen op het gebied van zaalverhuur, sportmateriaal … De Sportraad, die wordt aangestuurd door de Sportdienst, deelt ook jaarlijks de werkingssubsidies uit. Voor Waregem komt dit neer op zo’n € 100.000.

Wie een beetje vertrouwd is met lokale sportclubs weet dat ze het vaak moeilijk hebben op financieel vlak. Hoe wordt bepaald hoeveel elke club krijgt? ‘Ons huidig subsidiereglement passen we dit jaar aan maar op zich zijn de criteria duidelijk. De reglementen zijn ook grotendeels dezelfde voor de meeste gemeenten omdat die vroeger moesten beantwoorden aan kwaliteitscriteria van SportVlaanderen. Maar omdat gemeenten meer autonomie krijgen, is dit niet langer het geval. In de toekomst  zullen we dus meer verschillen zien. Een gevaar dat hierin schuilt is dat niet alle voorziene middelen naar de sport gaan. Vroeger moest je dit effectief bewijzen, nu niet meer.’

De belangrijkste pijler van haar sportbeleid is het ‘anders georganiseerd sportaanbod’. Dit is de verzamelnaam van alle sportactiviteiten die niet worden aangeboden in een stad of gemeente. De sportdienst gaat dus op zoek naar de hiaten binnen het sportaanbod en vult die in.

Een gevaar dat hierin schuilt is dat niet alle voorziene middelen naar de sport gaan. Vroeger moest je dit effectief bewijzen, nu niet meer.

In Waregem organiseren ze bijvoorbeeld op woensdagnamiddag sportactiviteiten voor scholen, zwemlessen, start2run sessies of ‘Start to Paddle voor senioren’ in samenwerking met een lokale paddleclub die onlangs werd opgestart.

Rol van ISB

Naast Diensthoofd Sport is Katrijn ook rechtstreeks verkozen bestuurder bij ISB. ISB is een ledenvereniging en kenniscentrum voor ambtenaren actief in én betrokken bij gemeentelijk sportbeleid, sport - en vrijetijdsdiensten, schepen en verantwoordelijken van sportinfrastructuren, zwembaden en recreatiecentra. Meer dan 290 steden en gemeenten zijn lid.

Katrijn kwam al heel snel in aanraking met ISB. ‘Het is belangrijk om dicht bij hen te staan want je krijgt veel ondersteuning. Een probleem in de ene gemeente zal zich vaak ook voordoen in een andere gemeente en zij kunnen helpen met het aanleveren van informatie of bij het samenstellen van een dossier rond bijvoorbeeld kunstgrasvelden of zwembaden. ISB is dan ook ontstaan vanuit een vakgroep rond zwembaden.’

Ze vindt het logisch dat ze zich kandidaat stelde, zegt ze. Netwerken is belangrijk en voor een organisatie zoals ISB is het belangrijk dat ze feedback krijgen van mensen in het werkveld. Zo weten ze wat er leeft.

ISB biedt infomomenten en opleidingssessies aan, soms ook in samenwerking met SportVlaanderen. Ter verduidelijking: SportVlaanderen is de sportadministratie van de Vlaamse Overheid waar ongeveer 600 mensen werken en telt veertien centra verspreid over Vlaanderen (waaronder het paardensportcentrum in Waregem) en in elke provincie (vijf in totaal) een provinciale promotiedienst. Waar ISB zich focust op steden en gemeenten, zijn de bevoegdheden van SportVlaanderen breder en focussen ze bijvoorbeeld ook op topsport. 

Naast ISB is er nog een ander platform waar je als sportdienst kennis kan uitwisselen met andere steden en gemeenten. ‘Samen met zes nabijgelegen gemeenten zijn wij verenigd in de burensportdienst. We organiseren contactmomenten met collega-sportfunctionarissen om te leren van elkaar.’

Wat ik mij afvraag is in welke mate de sportdiensten onderling concurrenten zijn van elkaar. In de privésector zou dit een evidente vraag zijn. ‘In mijn ogen zijn we nooit concurrenten van elkaar want ons gemeenschappelijk doel is om zoveel mogelijk mensen aan het sporten te krijgen. Als de stad Kortrijk een Waregemnaar aan het sporten krijgt, dan is dat goed. Het maakt niet uit waar iemand leert zwemmen, het belangrijkste is dat ze zwemmen. Ik vind dat we elkaar eerder versterken.’

Een diplomatisch antwoord zoals het hoort, zeg ik haar met een knipoog. Maar haar antwoord klopt uiteraard. Katrijn legt uit dat het haar job is om de 38.000 inwoners in Waregem te doen sporten. En ze voegt er lachend aan toe dat de sportdienst gerust mag sluiten als dat doel bereikt is.

Als de stad Kortrijk een Waregemnaar aan het sporten krijgt, dan is dat goed. Het maakt niet uit waar iemand leert zwemmen, het belangrijkste is dat ze zwemmen. Ik vind dat we elkaar eerder versterken.

Maar hierbij botst ze wel op enkele uitdagingen geeft ze toe. De grootste is de sportinfrastructuur. Ze beseft dat ze in Waregem een mooie sporthal hebben en dat vele steden en gemeenten er slechter aan toe zijn maar dit neemt niet weg dat die uit zijn voegen barst. De sportclubs doen het goed en blijven groeien maar lopen tegen infrastructurele beperkingen aan. De ruimte is beperkt. En dat is zonde zegt ze want kinderen die op jonge leeftijd sporten zullen meer geneigd zijn om later ook te sporten. Ze merkt dagelijks dat sportclubs blijven groeien. Jammer dat de sporthal hun groei bemoeilijkt.

Ze vertelde al dat in haar job politiek een belangrijke factor is. Ook in dit dossier is dit het geval. ‘Als stad moet je beantwoorden aan veel vragen van verschillende diensten. Dat begrijp ik uiteraard. Het is mijn taak om elke zes jaar een beleidsplan voor te stellen om onze zaak te verdedigen. We vechten voor ons deel maar wat we effectief, op infrastructureel vlak, kunnen realiseren is uiteindelijk een politieke beslissing.’

Binnenkort starten ze in Waregem met het aanleggen van kunstgrasvelden. Een mooie stap want de sportvelden kennen vandaag ook hun grenzen qua bespeelbaarheid. Daarnaast vormt ook het zwembad een uitdaging. Sinds de bouw in 1975 zijn er al veel vernieuwingen gedaan maar op technisch vlak zijn er ook daar soms tekortkomingen.

Ik vraag Katrijn of de infrastructurele problemen zich ook in andere steden en gemeenten stellen. ‘Dit is inderdaad het geval. ISB doet dan ook hun best om deze problematiek aan te kaarten bij SportVlaanderen. Daar werken ze momenteel aan een sportinfrastructuurplan waarbij subsidies kunnen gegeven worden aan steden en gemeenten op voorwaarde dat het een bovenlokaal project is. Maar ook de Minister van Sport kan maar uitdelen wat er in zijn portefeuille zit.’

Het is mijn taak om elke zes jaar een beleidsplan voor te stellen om onze zaak te verdedigen.

Sinds kort weten we ook wie die Minister zal zijn voor de komende zes jaar. Ben Weyts volgt zijn partijgenoot Philippe Muyters op. Op de website van ISB lees je dat ze het regeerakkoord zullen bestuderen en aftoetsen aan de ISB-Ambitienota die in aanloop van de verkiezingen werd opgesteld. Dat ze als uitgesproken partner worden vermeld in de rubriek rond sport in het regeerakkoord stemt hen alvast tevreden.

Na wat opzoekwerk vind ik ook dat er in 2018 21.273 sportaccomodaties waren in Vlaanderen. Waarvan zo’n 13.500 openluchtvelden, 5.000 sportlokalen en 1.460 sporthallen. Gemiddeld zijn er 3,3 sportaccommodaties per 1.000 inwoners in Vlaanderen. Maar de problematiek stelt zich niet zozeer op kwantitatief maar eerder op kwalitatief gebied.

Om af te ronden vraag ik haar of ze ooit niét in de sportsector zou willen werken. ‘Nee, dat is ondenkbaar(lacht). Soms denk ik wel dat een ervaring in een private onderneming interessant kan zijn. Bijvoorbeeld naar beslissingsprocessen. Maar ik doe m’n job graag en denk eigenlijk weinig na over een andere job.’

Wanneer ik naar buiten ga, wandel ik opnieuw langs de sportzaal. Het volleybalnet heeft plaats geruimd voor turnmatten. Aan enkele banken liggen bezwete jongens met veel te grote knielappen uitgeteld op de grond. Ze staan enkel recht om een flesje water te nemen. Een basketbal rolt plots hun kant op, een meisje loenst om de hoek en vraagt iets té nonchalant of ze haar bal terug mag hebben. Als door een wesp gebeten veren de jongens recht.

Een sporthal is méér dan een plek om te sporten. Al was het maar om er je eerste lief te leren kennen.

Volgende keer: Leen Sannen is Producer bij Sporza.

Pieterjan Blondeel

De boekenkast van Katrijn:

  1. Het complete triatlon trainingshandboek (Paul Van Den Bosch en Marc Herremans)
  2. Schaamteloos delegeren (Taco Oosterkamp)
  3. Besturen met een visie (Daniel Klijn)

ID-kit:

  • Leeftijd: 42 jaar
  • Studies: Master lichamelijke opvoeding en master bedrijfseconomie
  • Sporten: Vroeger volleybal, nu triatlon
  • Job: Directeur VZW Sportbeheer Waregem
  • Quote: Management is nothing more than motivating other people (Lee Iacocca)
  • Link naar LinkedIn profiel
 


Plaats een reactie

Reageer op dit artikel

Wordt niet weergegeven op de website.